Wie durft de Bergrede werkelijk te lezen?
8 minuten leestijd
Een diepgaande introductie op de Bergrede van Jezus Christus. Over het Koninkrijk van God, innerlijke gerechtigheid, genade, gehoorzaamheid en de vraag wie werkelijk onder het gezag van Christus wil leven.
Onderdeel van de reeks
De Bergrede: de vorming van de christelijke man
Inleiding
Bekijk de volledige reeksDe Bergrede behoort tot de bekendste gedeelten van het Nieuwe Testament. Veel van haar woorden zijn doorgedrongen tot ver buiten de kerk. Zalig zijn de vredestichters. Heb uw vijanden lief. Oordeel niet. Keer de andere wang toe. Doe voor anderen wat u wilt dat zij voor u doen. Het zijn zinnen die vaak worden aangehaald als samenvatting van menselijke goedheid, mildheid en verdraagzaamheid. Toch ontstaat juist daar een gevaar. Zodra de woorden van Jezus loskomen van hun geheel, kunnen zij veranderen in algemene levenswijsheid. Dan blijven er mooie uitspraken over, maar verdwijnt de ernst van wat Jezus werkelijk zegt.
De Bergrede is geen verzameling losse morele adviezen. Zij vormt één samenhangend geheel waarin Jezus de mens onder het gezag van Gods Koninkrijk plaatst. Hij spreekt niet alleen over gedrag, maar over de bron van gedrag. Niet alleen over wat iemand doet, maar over wat hij liefheeft, vreest, begeert en verbergt. Hij richt zich op woede voordat zij uitloopt op geweld, op begeerte voordat zij zichtbaar wordt in ontrouw, op hebzucht voordat zij zich openbaart in bezit en op hoogmoed voordat zij zich vermomt als godsdienstigheid. Wie de Bergrede zorgvuldig leest, ontdekt dat Jezus niet tevreden is met een uiterlijk correct leven. Hij verlangt naar een hart dat werkelijk aan God is toegewijd.
Daarom is de Bergrede tegelijk troostend en ontregelend. Zij troost de armen van geest, de treurenden, de zachtmoedigen en degenen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Zij spreekt hoop over mensen die weten dat zij zichzelf niet kunnen redden. Maar zij ontregelt ook ieder mens die denkt dat uiterlijke gehoorzaamheid voldoende is. Jezus laat zien dat een mens niemand hoeft te doden om in zijn hart toch door haat te worden beheerst. Hij hoeft niet lichamelijk vreemd te gaan om zijn trouw innerlijk al prijs te geven. Hij hoeft niet openlijk te liegen om zijn woorden toch te gebruiken voor manipulatie. Hij hoeft zijn geloof niet te verloochenen om God toch te vervangen door geld, erkenning of controle.
Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
Mattheüs 5:3
De Bergrede begint niet bij de sterke mens, maar bij de arme van geest. Dat is veelzeggend. Jezus opent niet met een oproep tot grotere discipline, meer moed of betere prestaties. Hij begint bij degene die weet dat hij afhankelijk is. De arme van geest is niet krachteloos in de gewone betekenis van het woord, maar bevrijd van de illusie dat hij zichzelf kan dragen. Hij staat voor God zonder aanspraak, zonder verdienste en zonder de behoefte zich groter voor te doen dan hij is. Juist aan hem behoort het Koninkrijk toe. Dat betekent dat het christelijke leven niet begint met zelfbevestiging, maar met overgave. Niet met de overtuiging dat de mens in wezen genoeg aan zichzelf heeft, maar met de erkenning dat hij God nodig heeft.
Van daaruit ontvouwt Jezus een levenshouding die haaks staat op veel menselijke instincten. De wereld prijst zelfverzekerdheid, zichtbaarheid, invloed en succes. Jezus prijst zachtmoedigheid, barmhartigheid, zuiverheid van hart en vrede. De wereld leert de mens zijn positie te verdedigen. Jezus leert hem zijn vijand lief te hebben. De wereld leert hem zijn waarde te bewijzen. Jezus leert hem in het verborgene te geven, te bidden en te vasten. De wereld leert hem zekerheid te zoeken in bezit en controle. Jezus leert hem eerst het Koninkrijk van God te zoeken. De wereld leert hem anderen te beoordelen. Jezus dwingt hem eerst naar de balk in zijn eigen oog te kijken.
Dat maakt de Bergrede niet zwak. Integendeel. Zij vraagt een vorm van kracht die niet voortkomt uit overheersing, maar uit innerlijke beheersing. Het is gemakkelijk om vanuit gekrenkte trots terug te slaan. Het is veel moeilijker om niet door die trots geregeerd te worden. Het is gemakkelijk om een vijand te haten. Het is veel moeilijker om voor hem te bidden zonder het kwaad goed te noemen. Het is gemakkelijk om vroomheid te tonen wanneer anderen kijken. Het is veel moeilijker om trouw te blijven wanneer niemand het ziet. De kracht die Jezus beschrijft, is daarom geen kracht van vertoon. Zij wordt zichtbaar in zelfbeheersing, waarachtigheid, trouw, nederigheid en gehoorzaamheid.
Tegelijkertijd mag de Bergrede niet worden teruggebracht tot een onbereikbaar ideaal dat alleen dient om de mens schuldig te laten voelen. Jezus spreekt deze woorden niet om de mens in wanhoop achter te laten, maar om hem naar de werkelijkheid van Gods Koninkrijk te brengen. De ernst van Zijn geboden openbaart de diepte van onze nood, maar ook de noodzaak van genade. Wie eerlijk leest, zal ontdekken dat hij zichzelf niet kan rechtvaardigen. De maatstaf van Jezus reikt verder dan uiterlijke daden en raakt het hart. Dat maakt de mens afhankelijk van vergeving en vernieuwing. Maar die afhankelijkheid maakt gehoorzaamheid niet overbodig.
Ieder dan die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft.
Mattheüs 7:24
Jezus eindigt de Bergrede met het beeld van twee bouwers. Beiden horen Zijn woorden. Slechts één doet ze. Het verschil ligt niet in kennis, maar in gehoorzaamheid. Daarom kan de Bergrede niet alleen worden bewonderd. Zij moet worden ontvangen als het woord van de Koning. Jezus spreekt niet als iemand die slechts een mening toevoegt aan bestaande tradities. Hij zegt herhaaldelijk: “Maar Ik zeg u.” Daarmee neemt Hij gezag over het innerlijke en uiterlijke leven van de mens. Hij bepaalt niet alleen wat rechtvaardigheid is, maar ook wat liefde, trouw, waarheid, vergeving en vertrouwen betekenen. Wie Hem hoort, kan Hem daarom niet reduceren tot een inspirerende leraar. De Bergrede vraagt om erkenning van Zijn gezag.
Dat gezag strekt zich uit over ieder gebied van het leven. Jezus spreekt over relaties, seksualiteit, huwelijk, woorden, bezit, gebed, vasten, vijanden, bezorgdheid en oordeel. Er blijft geen neutraal terrein over. De mens kan niet zeggen dat God welkom is in zijn overtuigingen, maar niet in zijn geld. Niet in zijn huwelijk, maar wel in zijn gebed. Niet in zijn verlangens, maar wel in zijn woorden. Niet in zijn omgang met vijanden, maar wel in zijn kerkelijke leven. De Bergrede verbreekt die scheiding. Zij laat zien dat gehoorzaamheid altijd het geheel van de mens raakt.
Juist daarom is een oppervlakkige lezing gevaarlijk. Wie alleen de zachte woorden behoudt, mist de waarschuwingen. Wie alleen spreekt over barmhartigheid, maar zwijgt over oordeel, leest selectief. Wie “oordeel niet” aanhaalt, maar de waarschuwing voor valse profeten negeert, doet geen recht aan de tekst. Wie de vijandenliefde benadrukt, maar de nauwe weg en de slechte vrucht verzwijgt, maakt van Jezus een andere leraar dan Hij werkelijk is. De Bergrede bevat zegen en oordeel, uitnodiging en waarschuwing, genade en gehoorzaamheid. Deze elementen mogen niet van elkaar worden losgemaakt.
De opbouw van de Bergrede maakt dat duidelijk. Jezus begint met de zaligsprekingen en beschrijft wie gezegend zijn in Gods Koninkrijk. Vervolgens spreekt Hij over zout en licht, over de vervulling van de wet en over een gerechtigheid die dieper gaat dan religieuze correctheid. Daarna richt Hij zich op woede, begeerte, huwelijk, waarheid, vergelding en vijandenliefde. In het tweede deel verschuift de aandacht naar het verborgen leven met God, naar geven, bidden en vasten zonder vertoon. Daarna volgen bezit, geld, bezorgdheid, oordeel, onderscheid en volhardend gebed. De rede eindigt met een reeks beslissingen: twee wegen, twee soorten bomen, twee soorten belijders en twee fundamenten. De beweging loopt van zegen naar keuze en van innerlijke gezindheid naar uiteindelijke bestemming.
Daarmee wordt ook duidelijk hoe de Bergrede gelezen moet worden. Niet snel, niet als verzameling citaten en niet met de vraag wie anders deze woorden nodig heeft. De juiste houding is eerst die van zelfonderzoek. Waar wordt mijn woede gerechtvaardigd terwijl zij in werkelijkheid door trots wordt gevoed? Waar wordt mijn bezorgdheid vooruitdenken genoemd terwijl zij in wezen wantrouwen is? Waar wordt mijn hardheid duidelijkheid genoemd? Waar zoek ik menselijke erkenning in iets wat uiterlijk geestelijk lijkt? Waar is mijn geloof zichtbaar in woorden, maar afwezig in gehoorzaamheid?
Dat zelfonderzoek is geen eindeloze gerichtheid op het eigen tekort. Het heeft een doel. De woorden van Jezus willen niet alleen ontmaskeren, maar vormen. Zij brengen de mens uit zijn verdeeldheid naar een leven dat steeds meer één geheel wordt. Een leven waarin woorden en daden bij elkaar horen, waarin verborgen motieven niet voortdurend botsen met zichtbare vroomheid en waarin vertrouwen op God niet alleen wordt uitgesproken, maar ook werkelijk richting geeft aan keuzes.
De Bergrede vraagt daarom moed. Niet de moed om haar aan anderen op te leggen, maar om zelf onder haar gezag te gaan staan. Niet de moed om uit te leggen wat zij betekent, maar om te verdragen wat zij blootlegt. Niet de moed om haar te gebruiken als maatstaf voor de wereld, maar om haar eerst als maatstaf voor het eigen hart te aanvaarden.
Wie durft haar werkelijk te lezen, zonder haar af te zwakken en zonder zichzelf buiten schot te houden? Wie durft te erkennen dat Jezus niet alleen het gedrag wil veranderen, maar de mens zelf? Wie durft niet alleen te vragen wat de Bergrede zegt, maar ook wat zij van hem vraagt?
De Bergrede vraagt niet of wij Jezus inspirerend vinden. Zij vraagt of wij Hem als Koning erkennen.